Gewapende vrede

•8 juli, 2009 • 2 Reacties

world-press-photo-awards-0183Op de World Press Photo-tentoonstelling (nog te zien in Nederland, absolute aanrader) werd ik laatst gegrepen door deze foto van Gleb Garanich, fotograaf voor persbureau Reuters. Hij maakte de foto in augustus vorig jaar toen Georgië en Rusland een korte, maar hevige oorlog uitvochten om Zuid-Ossetië. Vijf dagen lang was de Kaukasus het brandpunt van onze aandacht, helemaal toen in de stad Gori de Nederlandse cameraman Stan Storimans de dood vond. Op deze foto rouwt een man om zijn broer die in dezelfde stad is omgekomen.

Toen de kemphanen Medvedev en Sakaashvili na vijf dagen akkoord gingen met een door EU-voorzitter Frankrijk afgedwongen staakt-het-vuren vertrok het hele mediacircus weer en hebben we eigenlijk nauwelijks nog wat van Georgië vernomen. Nu zitten we alweer bijna een jaar verder en de situatie is weinig beter. Sterker nog: zowel Georgië als Rusland hebben meer troepen richting het grensgebied gestuurd. Regelmatig worden er gewelsincidenten gemeld in en rond Zuid-Ossetië en Abchazië (nog een separistische regio in Georgië). Recent moesten ook nog de waarnemers van de OVSE en de Verenigde Naties vertrekken uit de gebieden, omdat Rusland met een veto voorkwam dat de ‘peacekeepers’ langer mochten blijven om toe te zien op de (gewapende) vrede.

Staat een nieuwe oorlog op het punt van uitbreken? Wat kan de Europese Unie betekenen in deze uithoek van het Europees continent? Kunnen de Georgiërs en Osseten nog met elkaar in één land leven en zo ja, hoe? Waarom protesteren de Georgiërs al maandenlang tegen hun president, die in 2003 nog als een verlosser werd begroet?

Morgen (donderdag) vertrek ik naar Georgië, om reportages te maken over de situatie in Georgië en Zuid-Ossetië. Ik zal proberen ook op dit blog weer wat impressies te posten.

De visser en de bankier

•23 april, 2009 • 1 Reactie

dsc_5606IJsland is een land van vissers, schreef ik hier eerder. A man without a boat, is a man without a road, is een gevleugeld gezegde onder vissers. Terwijl zij in de haven van Reykjavik trouw stonden te zwoegen op hun boten, zagen ze in de skyline van de stad steeds meer kantoorgebouwen verrijzen en in de straten steeds meer krijtstrepen verschijnen. Ik was daarom heel benieuwd hoe de oer-IJslander, de visser, de hele opkomst en ondergang van de banksector heeft gevolgd.

Vrijdagochtnd is op Radio 1 dsc_5634mijn reportage vanuit IJsland uitgezonden in het programma Dit is de Dag van de Evangelische Omroep. Daarin het verhaal van de vissers tegenover het verhaal van een jonge ingenieur die vlak voor de crisis bij een IJslandse bank kwam werken en na de fatale gebeurtenissen in oktober binnen twee dagen weer op straat stond. De visser en de bankier: hoe denken ze over het failliet van IJsland en over de toekomst van het eiland? Beluister het hier terug (even doorspoelen naar 1u:04m).

Positief blijven

•16 april, 2009 • 3 Reacties

icelandair-b757-200Hoewel verschillende IJslanders mij hebben toevertrouwd dat de nationale luchtvaartmaatschappij Icelandair bijna failliet is, hebben de dames en heren mij vanmorgen keurig terug naar Nederland gevlogen. Wat is het eerste dat ik, gloeiende, gloeiende nog aan toe, op Nederlandse bodem met dikke chocoladeletters krijg toegesmeten? ‘WILDERS MAAKT FITNA 2′. Ik keek op het bord boven de gate en zag dat het vliegtuig retour ging naar Reykjavik en vond het even een heel verleidelijk idee.

Maar, dat moet gezegd, ik heb de afgelopen dagen wel wat geleerd van de IJslanders. Verder lezen ‘Positief blijven’

Water met een luchtje

•14 april, 2009 • 3 Reacties

Net als aan de inwoners van IJsland bood het paasweekeinde mij de mogelijkheid om even uit de crisis te stappen en me wat meer op de positieve kanten van dit land te richten. Dit eiland heeft natuurlijk ontstellend veel natuurschoon te bieden. Daarover zometeen meer. Eerst wat grappige dingetjes die ik hier tegenkwam. Wat sowieso al een grap is, is het aantal inwoners van IJsland. Raadt u maar eens. Ter indicatie: het is qua oppervlakte 2,5 keer Nederland. Wat zullen we doen? Zes miljoen inwoners? Ok, niet te wild, vijf miljoen. U ziet mij kijken en gaat al zakken: vooruit, drie miljoen. Ik knik met mijn hoofd: lager. Eén miljoen? Zouden er zo weinig mensen wonen in IJsland? U moet nog lager. Vijfhonderdduizend? Nee? Kom op! Hoeveel dan? Zal ik het u verklappen? IJsland heeft net zoveel inwoners als mijn eigen stadje Utrecht. Driehonderdduizend en een beetje.

Daarvan woner er zo’n 120.000 in Reykjavik. De rest woont in kleinere steden aan de randen van IJsland. De binnenlanden zijn nagenoeg onbewoond. Niettemin heeft Reykjavik op een of andere manier wel iets van een hoofdstad. Verder lezen ‘Water met een luchtje’

Een land van vissers

•11 april, 2009 • 3 Reacties

De Crisis: in Nederland is het volgens mij voor de meeste mensen vooral (nog) iets waarover je in de krant leest. Dichterbij dan een kennis of een familielid komt het voor velen vooralsnog niet, maar misschien bevind ik mij in te goede sociale milieus. Hoe dan ook, hier in IJsland is het onheil eigenlijk geen deur voorbij gegaan. De advocaat en de loodgieter, de dokter en de visser: allemaal hebben ze er direct de gevolgen van ondervonden.

dsc_5627Het kelderen van de IJslandse krona heeft er namelijk niet alleen voor gezorgd dat een nieuwe Land Rover of een weekeindje shoppen in New York onbetaalbaar is geworden, maar heeft ook de dagelijkse boodschappen een procentje of 30 à 40 duurder gemaakt. De werkloosheid begint hier nu  zorgwekkende vormen aan te nemen: ik ben van de week eens gaan posten bij het gemeentekantoor waar werklozen zich moeten registreren voor een uitkering en schrok daar wel een beetje. Een bonte stoet aan mensen trok aan me voorbij: een elektricien van 21, een vader met een eigen bedrijfje, een meisje van min 20, een keurig geklede manager. De verwachting is dat de piek van de werkloosheid pas volgende maand wordt bereikt. Verder lezen ‘Een land van vissers’

IJsland en de pot met goud

•7 april, 2009 • 2 Reacties

dsc_5631

Behalve op een flinke hoeveelheid hemelwater, werd ik vanmiddag tijdens mijn wandeling naar mijn logeeradres in Reykjavik getrakteerd op een behoorlijk warm voorjaarszonnetje op mijn bol, en dat op zich vooral voor wandelingen vervelende weerstype, leverde toch nog iets goeds op, namelijk deze schitterende regenboog die zich aftekende boven de zee. Een volstrekt menselijke (of: kinderlijke, ook goed) reactie is dan volgens mij om te kijken waar die eindigt. Dat bleek vlakbij mijn bestemming te zijn. Ik heb goed gekeken, maar hij eindigde echt in het donkerblauwe zeewater dat tegen de kades klotste. Nergens een pot met goud. Soms moet je even bevestigd zien dat iets echt een sprookje is.

Behalve een mooi gezicht vond ik het ook wel een treffende metafoor. De laatste jaren hebben de IJslanders en masse in een sprookje geloofd. Niet alleen zij, dat moet gezegd, vele miljoenen mensen buiten IJsland met hen, maar dat terzijde. Het sprookje van IJsland was wel heel erg mooi. Zonder noemenswaardige ervaring besloot het land zich aan het begin van dit millennium eens op bankieren te gaan toeleggen. Dat legde de bevolking geen windeieren: de bomen groeiden hier het afgelopen decennium tot in de hemel. Iedereen kocht mooie huizen, een grote Range Rover of Jeep en ging drie weken kuren in Thailand of Chili.

dsc_5618Eind vorig jaar kwam de ontnuchtering. De banken werden ternauwernood gered van bankroet en overgenomen door de staat. Meer geld beheren dan de IJslanders überhaupt zelf bij elkaar opgeteld bezitten, bleek een sprookje. Aan het eind van de regenboog stond geen pot maar een woedende menigte die haar spaargeld terugeiste. ‘We leefden in een grote leugen’, heb ik al verschillende mensen horen zeggen. ‘En ja, ik geloofde er ook in.’

Hoe het leven er aan toegaat in een land dat bankroet is en een schuld heeft van naar schatting groter is dan het Bruto Binnenlands Produkt? Daarover spoedig meer.

Terug aan het front

•23 maart, 2009 • 4 Reacties

De Balkan: het lijkt alweer een eeuwigheid geleden. In de achterliggende maanden ben ik behalve met verhuizen nog veel bezig geweest met het uitwerken van artikelen over mijn reis. Daardoor raakte dit blog een beetje in het slop, terwijl ik nog wel wat uitgebreider had willen terugblikken op mijn reis en nog wat niet eerder opgeschreven anekdotes klaar had liggen. Ik had nog willen schrijven hoe vaak ik tijdens mijn reis van de ene verbazing in de andere ben gevallen. Hoe vaak ik mezelf in de arm geknepen heb om te bevestigen dat ik niet aan het ijlen was, bijvoorbeeld toen ik in Kosovo de televisie aanzette en middenin de live-uitzending viel van de Eredivisiewedstrijd Heracles-Ajax. Hoe vaak ik vertwijfeld de handen ten hemel heb geheven, zoals toen ik in EU-land Bulgarije met geen mogelijkheid Euro’s kon lospeuteren bij de banken, terwijl dat zelfs in het starre niet-EU-land Moldavië binnen een uur geregeld was. Ik had op verzoek van enkele bezoekers van dit blog ook nog mijn visie op het vrouwelijk schoon op de Balkan willen geven (de strijd om de eerste plaats gaat tussen de Bosnische en (Albanees) Kosovaarse dames; in beide landen is het aantal vrijgezelle meisjes bovendien relatief groot omdat door de recente oorlogen veel mannen de dood hebben gevonden; als ik over een paar jaar nog steeds geen vrouw had, dan moest ik maar terugkomen naar Bosnië, adviseerde een oudere vrouw me).
Maar het is allemaal een beetje mosterd na de maaltijd. Verder lezen ‘Terug aan het front’

Schoonheid versus stank

•10 december, 2008 • 3 Reacties

019dsc_5044Na drie maanden rondreizen op de Balkan, ben ik weer teruggekeerd in Nederland. Vanaf nu kan ik terugkijken, en bij wijze van afsluiting lijkt het me zinvol om dat ook hier te doen. De insteek van mijn reis is nooit geweest om tot grote theorieën te komen over zuidoost-europa, dus daar ga ik me ook niet aan wagen. Wel wil ik in een aantal slotafleveringen wijden aan zaken die me zijn opgevallen en die verder gaan dan alleen een lokaal verschijnsel. Als eerste vandaag een enorm contrast op de Balkan: schoonheid versus stank.

dsc_4583dsc_4204Zonder te willen overdrijven of andere gebieden tekort te willen doen, denk ik te kunnen zeggen dat de Balkan op zijn minst een van de en wellicht het mooiste deel van Europa is. In hoeveelheid, in puurheid en in diversiteit heeft het natuurschoon me tijdens mijn reis steeds weer verbluft. De overigens logische vraag ‘Wat was nou het mooiste land?’ is misschien ook wel het moeilijkst te beantwoorden.

dsc_4510dsc_4927Was het Roemenië, met haar rijke schakering aan groene landschappen, de unieke Donaudelta, de woeste Karpaten en de Zwarte Zeekust? Bulgarije, met haar vele bergketens, van lieflijk tot venijnig? Of Montenegro met haar adembenemende bergen, gelardeerd met azuurblauwe rivieren en watervallen? Kroatië, ondanks het feit dat ik er slechts een fractie van heb gezien, is met haar paradijselijke kust ook kandidaat. En dan hebben we het nog niet gehad over Bosnië, een parel van ongerept natuurschoon. Oh ja, Macedonië: grillig, woest. Een natuurliefhebber is in dit deel van Europa kortom niet snel uitgekeken. Eigenlijk zijn we in dit opzicht alleen over Servië  snel uitgepraat.

dsc_4236dsc_5147Tegenover deze ontzagwekkende hoeveelheid natuurschoon staat het feit dat zich hier dag in dag uit een ecologische catastrofe van een onwerkelijke omvang voltrekt. Hoe multimediaal ik ook heb trachten te werken, de technologische ontwikkelingen laten het nog niet toe geuren digitaal door te geven. Daarmee mag u zich als volger van dit blog gelukkig prijzen – u had constant uw neus dicht moeten knijpen. Fabrieksschoorstenen waar gele, groene of een nog engere kleur rook uitkomt, valleien waar een zwaveldamp boven de dorpjes hangt, smeulende vuilnisbelten – het is op de Balkan en in Roemenië schering en inslag.

afb014dsc_2549Naast allerlei mooie herinneringen blijft bij mij ook het beeld hangen van een gebied waar stank en rook alomtegenwoordig zijn. Ik kan me nauwelijks plekken bedenken waar niet een gore lucht hing omdat men weer eens bezig was het huisvuil in de tuin te verbranden, de kachel te stoken met bruinkool (waarbij het giftige zwavel vrijkomt) of ik weet allemaal niet wat te verbranden. Vrijwel zonder uitzondering was de stank gerelateerd aan vuur. Het lijkt wel of pyromanie de mensen er in de genen zit.

dsc_4669De grote vraag is natuurlijk: wat doen de mensen eraan? Het schrijnende antwoord is dat het gros van de mensen trouw haar steentje bijdraagt – aan de vervuiling welteverstaan. Milieubewuste mensen moet je op de Balkan echt met een lamp zoeken, net als bijvoorbeeld glas- of papierbakken. Op een enkele plaats heb ik pogingen tot gescheiden afvalinzameling gezien, maar de realiteit was daar dat de papierbak vol lag met vuilniszakken. De meest efficiënte manier van afvalscheiding die ik ben tegengekomen was op een vuilnisbelt in Kosovo, waar de lokale Roma-gemeenschap het rubber, plastic en metaal eruit viste en doorverkochten aan handelaars.

dsc_4828dsc_4097Op het gebied van milieu is zuidoost-europa een ontwikkelingsgebied. Om dan toch een klein uitstapje te maken naar het grote thema ‘Europa’, dan hoop ik dat de modernisering hier ook milieubewustzijn met zich zal meebrengen. Maar voor de winkelbediende niet meer om elk kauwgompje een plastic zakje doet, de zigeuners hun metalen niet meer boven een houtvuurtje smelten en de familie bij de picknick het afval niet gewoon in de rivier gooien, konden er wel eens een paar decennia verstreken zijn.

Bosnië overleefd

•30 november, 2008 • Laat een reactie achter

Ik heb Bosnië en Herzegovina inmiddels achter me gelaten. Dat betekent dat ik het land heb overleefd en op zich is dat best een klein wonder. Niet alleen omdat ik zomaar op een verdwaalde landmijn had kunnen stappen of een voedselvergiftiging had kunnen oplopen bij het eten van een lokale cevapi. Nee, ik doel hier vooral op het feit dat ik me in Bosnië vooral over de weg heb verplaatst. En dat is misschien nog wel veel gevaarlijker. Bij een mijnenveld kun je uit de buurt blijven, mits dat staat aangegeven. Als je in Bosnië van a naar b wilt komen, zul je – een enkel spoortraject daargelaten – echter wel gebruik moeten maken van de weg.

Welaan, neemt u eerst even een lekkere slok koffie of haalt u nog even rustig adem, alvorens ik u met enkele statistiekjes vermoei. Laten we eerst even naar Nederland kijken. In 2007 hadden we in ons land totaal zo’n 7 miljoen auto’s op de oprit staan, wat dus betekent dat bijna 1 op de 2 Nederlanders er een heeft. In hetzelfde jaar kwamen 791 mensen om het leven in het verkeer, gemiddeld 2,16 per dag. Daarmee vindt grofweg 1 op de 20000 mensen jaarlijks de dood in het verkeer. Van elke dode die in het verkeer omkomt, maakt het persbureau ANP in principe melding.

dsc_4968bAls u er klaar voor bent, dan gaan we nu naar Bosnië en Herzegovina. De ongeveer 4,5 miljoen inwoners van dit land rijden gezamenlijk in zo’n 780.000 auto’s rond (1 auto op 5,7 Bosniërs). In 2007 maakten ze daarmee bijna 40.000 keer brokken, wat in 8.000 gevallen gewonden of doden tot gevolg had. In totaal kwamen meer dan 400 mensen in het verkeer om het leven. Met een statistische berekening van de koude grond betekent dat volgens mij dat 1 op de 20 auto’s elk jaar bij een ongeval betrokken is en dat 1 op de ongeveer 11.000 inwoners door een verkeersongeval de dood vindt. Vergeleken met Nederland houdt dat in dat ondanks het feit dat het autobezit in Bosnië ruim 2,5 keer lager is, het aantal verkeersongevallen relatief gezien bijna dubbel zo groot is.

dsc_5064bHet zijn cijfers waarvan je de haren te berge rijzen. De gevolgen zie je dagelijks. Ik heb zelf geen ongeluk gezien en gelukkig ook niet meegemaakt, maar je ziet wel overal langs de weg kleine monumentjes of herdenkingstekens voor mensen die daar het leven hebben gelaten. Ook is de autosloop een bloeiende branche, getuige de vele sloperijen. Wat daarbij opvalt, is dat daar de wrakken van ontzettend veel (relatief) nieuwe, moderne auto’s staan opgestapeld.

Debet aan de vele ongevallen is natuurlijk het rijgedrag van de Bosniërs (vooruit we noemen ze vandaag gewoon Bosniërs, want dit probleem overschrijdt de etnische grenzen). Een Nederlandse militair zei cynisch dat “ze hier door bergen heen kunnen kijken”. Juist op het moment waarop het écht niet kan (vlak voor een onoverzichtelijke bocht in de bergen bijvoorbeeld), besluit een Bosniër te gaan inhalen.

Hoe dan ook, ik heb het overleefd. Inmiddels zit ik in Servië, het land waar in Europa zo’n beetje het zwaarst wordt gerookt… Het lijkt wel alsof men hier denkt dat er de afgelopen decennia nog niet genoeg doden zijn gevallen.

Heimwee naar lijn 114

•26 november, 2008 • 4 Reacties

dsc_4990bAan alles wat oud is, zit een verhaal. Om die reden fascineren oudere objecten – en ook mensen – me vaak en vind ik nieuwe dingen vaak zinloos en totaal niet interessant. Wat is er nou leuk aan om in een gloednieuw huis te wonen? Een nieuwe auto? Gaap. Een kringloopwinkel is alleen daarom al een feest: waar komen al die spullen vandaan, waar hebben ze voor gediend, hoe zijn ze behandeld, hoeveel eigenaars hebben ze gekend? Enzovoort. Een oud huis heeft mystieke kracht, puur omdat er naast de enkel wellicht bekende, vooral de geest van veel onbekende verhalen en gebeurtenissen rondwaart.

Wat heeft dat met de Balkan te maken? Wel, sowieso zijn veel gebruiksvoorwerpen hier oud. Van de bussen tot het kantoormeubilair, en van bankbiljetten tot en met plaatsnaambordjes: je vraagt je soms af hoe het nog kan werken. Dat is voor een oude spullen-freak als ondergetekende dus al smullen. Maar het wordt nog leuker.

Er zijn namelijk busladingen (let op, woordgrap) spullen aan oost-europa en de Balkan gedoneerd, ook door Nederland. En als ze niet worden gedoneerd, dan wel geïmporteerd. En zo komt het dus dat ik hier met enige regelmaat Nederlandse spullen tegenkom die in Nederland net niet meer aan de luxestandaarden konden voldoen, maar hier nog gretig worden gebruikt.

Enkele leuke: de Nederlandse inboedel in een ziekenhuis in Roemenië. Op de pillenbakjes zaten nog de stickers met ‘dinsdag’, ‘woensdag’, enzovoort. Ook hilarisch was de welbekende knalgele Broodbus van bakkerij ‘t Stoepje, die ik in Moldavië tegenkwam.dsc_4988b

Maar het absolute hoogtepunt beleefde ik vorige week in Tuzla (Bosnië en Herzegovina). Met hulp van de Nederlandse ambassade is er een compleet wagenpark van busmaatschappij Connexxion richting Bosnië verscheept. De meeste daarvan zijn nagenoeg intact gelaten, wat betekent dat op de zijkanten de Connexxion-bestickering nog te vinden was, op de deur een Chipknip-sticker en boven de chauffeur een bordje met daarop ‘A.u.b. niet met de bestuurder spreken’.

Nog leuker was het om te zien dat de hoekige gele bussen van Connexxion hier een tweede leven hebben gekregen. Die vormen voor mij een symbool van mijn eerste studiejaren, toen ik iedere morgen bus 114 van Leerdam naar Utrecht Centraal pakte. Daarbij was de bus van 8.33 uur – mits ik uit mijn bed kon komen – zwaar favoriet, ten eerste omdat daarin meestal nog wel een zitplaats te bemachtigen was en nog belangrijker, omdat die verreden werd met mijn favoriete type bus, namelijk dit klassieke hoekige model. Ik had een zeer verfijnde techniek ontwikkeld op me op dit eigenlijk oncomfortabele type stoel zodanig op tedsc_4987b rollen dat ik veertig minuten lang in een verkwikkende slaap wegzakte.

En dus, om het in mooi Utregs te zeggen, sprong m’n hartjie opuh, in Tuzla. De kans dat ik niet in een keer met deze bus links op de foto heb gereisd, is verwaarloosbaar. Mijn verhaal, en ongetwijfeld vele andere, reizen nu dagelijks door Bosnië. Die gedachte maakte mij vorige week eventjes heel gelukkig en gaf me tegelijkertijd heimwee naar lijn 114.