Richting het vriespunt

•16 oktober, 2009 • 2 Reacties

Wat is dat toch met reportages over scholen en taalstrijd? Het ligt me nog vers in het geheugen hoe ik bij het maken van mijn allereerste radioreportage, over een Vlaamstalige basisschool in Wallonië, door rampspoed werd achtervolgd. Een vertraagde trein, haperende apparatuur, een wekker die niet afging en een misleidend navigatiesysteem deden toen bijna mijn radiodebuut in het water vallen.

Deze week ben ik voor de afwisseling weer eens neergestreken in Oost-Europa, in Slowakije welteverstaan, om een radioreportage te maken over de relaties tussen Hongaren en Slowaken. Die zijn net als de temperaturen hier ongeveer zo ongeveer tot het vriespunt gedaald. (Denk je nog even wat nazomer te kunnen meepikken in Slowakije, krijg je ineens sneeuw en gure kou om je oren.) Hoewel inmiddels beide lid van de Europese Unie, vliegen Slowakije en Hongarije elkaar met enige regelmaat in de haren en dat heeft alles te maken met oorlogen, landverdelingen en verdragen in de afgelopen twee eeuwen. Na de Eerste Wereldoorlog moest Hongarije grote delen van haar grondgebied afstaan aan Tsjecho-Slowakije en als gevolg daarvan wonen er in het huidige Slowakije nog altijd ruim 500.000 Hongaren. Al even zolang vormen zij een vrijwel constante bron van spanningen.

De meest recente aanleiding voor (voornamelijk politiek) rumoer is een nieuwe taalwet, of beter gezegd de wijziging van de bestaande taalwet in Slowakije. Als die niet voor problemen zou zorgen, zou het vooral een hilariteit zijn. Zo moet een aankondiging van het Hongaarse theater (met louter Hongaarstalige voorstellingen, en derhalve slechts bijgewoond door enkel Hongaren) nu in twee talen zijn en mag de Hongaarse tekst daarbij niet in een groter lettertype zijn dan de Slowaakse. Maar zoals u al voelt aankomen, wordt deze wet door de Hongaren als discriminerend en provocerend ervaren, en dus is het weer bal in Slowakije.DSC_8548

Voor mijn reportage reisde ik deze week af naar Lucenec (zie foto, in het Hongaars Losonc), een provinciestadje in Zuid-Slowakije met een grote Hongaarstalige minderheid. In mijn gezelschap Adriana, een Slowaakse studente die zowel het Slowaaks als Hongaars vloeiend en het Engels goed genoeg beheerst om voor mij te kunnen vertalen. Ze is zelf opgegroeid in een dorpje waar evenveel Slowaaks als Hongaars werd gesproken, vandaar. Bij het vertalen bleek haar Hongaars zelfs zo goed dat de Hongaren vol ongeloof reageerden toen ze vertelde zelf een Slowaakse te zijn.

Minder goed nieuws was dat we ’s morgens met de bus in een enorme file kwamen te staan. Juist deze dag stormde het gigantisch tussen Kosice en Lucenec, zo erg dat de vrachtwagens en busjes bij bosjes van de weg werden geblazen. Ik geloof dat er een stuk of zes in de berm lagen gefrommeld. Chaos dus op de weg, waardoor we uren later in Lucenec aankwamen.

Lucenec is zo slaapverwekkend dat er normaal gesproken weinig redenen te bedenken zouden zijn om de lange reis daarheen te ondernemen. Maar in het geval van de nieuwe taalwet is Lucenec (in het Hongaars: Losonc) interessant, want de Hongaren vormen hier een forse minderheid (zo’n 13 procent van de bevolking), maar minder dan een vijfde. Juist voor zulke plaatsen heeft de taalwet de meest strikte voorschriften. En: in Lucenec staat een Hongaarse basisschool, en daar was ik welkom om opnamen te maken.

DSC_8540Heel ingrijpend is de nieuwe taalwet niet, zo blijkt. Binnen de school verandert er weinig; de administratie moet tweetalig zijn, maar was dat al. Toch is de nieuwe wet de school een doorn in het oog. Ook voor hen geldt dat zodra er iets ondernomen wordt buiten de schooldeuren, dat tweetalig moet gebeuren, ook als er geen Slowaak tot de doelgroep noch publiek behoort. Wil men bijvoorbeeld een toneelstuk opvoeren in het lokale cultuurhuis, dan moet die ook in het Slowaaks te volgen zijn, ook al zit er geen Slowaak in de zaal. Hangt men een poster op de deur, dan moet die ook in het Slowaaks vertaald.

De zorgen van de Hongaren zitten echter niet zozeer in dit arbitraire geneuzel, maar in het feit dat het Hongaars hiermee in het verdomhoekje wordt geplaatst en oude Hongaren, die in Hongarije zijn grootgebracht en geen Slowaaks spreken, hiermee worden gediscrimineerd. Ook is men bezorgd dat de taalwet en het voortdurende gekibbel tussen nationalistische politici van beide zijden, de verhoudingen in Lucenec ook kunnen gaan beïnvloeden. Nu zijn die overwegend goed, maar het zou niet de eerste plaats in Oost-Europa zijn waar spanningen als deze tot plotselinge geweldsuitbarstingen leiden. Onlangs werd een moeder die haar kind op de Hongaarse school heeft, op straat toegebeten dat ze beter Slowaaks kon praten. Dat was volgens de leraar die me rondleidde nog niet eerder voorgekomen.

Enfin, meer daarover in mijn radioreportage, waar ik ondanks de tegenspoed aardige opnames voor heb kunnen maken. Hét grote nieuws was hier deze week helemaal niet de verhouding tussen Slowaken en Hongaren -daar is men eigenlijk meer dan moe van- maar de historische (en buitengewoon gelukkige) 0-1 overwinning van het nationale voetbalteam woensdag in Polen. Daarmee kwalificeerde het zich voor het eerst als zelfstandig land voor een eindronde, en dan nog wel het WK in Zuid-Afrika. Jammer dat het niet al afgelopen zaterdag lukte, toen Slowakije thuis speelde en de hele stad zich opmaakte voor een volksfeest. Ik was toen ook in het tot op de laatste plaats volgepakte stadion, maar het mocht niet helpen: Slovenië gooide roet in het eten door met 0-2 te winnen. Woensdag was het dan toch feest, maar voor een massale vreugdeuitbarsting op de straten van Bratislava was het helaas te koud en te nat.

Dichtbij huis

•4 september, 2009 • Laat een reactie achter

Mijn buitenlandse tripjes sterken mij meestal in mijn overtuiging dat het nieuws in Nederland vaak een zeldzaam saaie aangelegenheid is. De actualiteit kabbelt een beetje van de relatieproblemen van een zanger uit Volendam naar de zeilplannen van een meisje uit Wijk bij Duurstede. Dat zaken die er wel toe doen door al die hypejes en relletjes ondergesneeuwd raken, haalt mij als journalist soms het bloed onder de nagels vandaan.

Meestal betreft mijn frustratie dan de totale onverschilligheid ten opzichte van belangrijke ontwikkelingen in het buitenland. Maar ook over zaken dichtbij huis kan ik me zo af en toe flink opwinden, zoals over de absolute desinteresse in de Nederlandse politiek voor de positie van huurders in ons land. Nu deze week het zoveelste slechte nieuws voor huurders bekend werd, betoog ik daarom in een opinieartikel in het Reformatorisch Dagblad dat het tijd is voor actie en dat het kabinet nu wel eens wat mag gaan doen voor al die mensen in ons land die om iets tamelijk essentieels vragen: een betaalbare huurwoning.

Jammer

•7 augustus, 2009 • 2 Reacties

Je bereidt je flink voor op zo’n buitenlandse reportagereis. Inlezen, onderwerpen en invalshoeken bedenken, interessante mensen opsnorren voor een interview. Noem maar op. Vervolgens ga je op pad, zoals ditmaal naar Georgië, en werk je je daar een week in het zweet. Praten, observeren, interviewen. Je volzuigen met informatie. Later rest dan de taak om er iets uit te destilleren dat een beetje het lezen danwel luisteren waard is voor de mensen in Nederland.

Een hindernis is daarbij dat je als freelancer niet verzekerd bent van een spreekbuis. Ik heb geen garantie dat ik ergens mijn verhaal kan doen. Het was daarom jammer dat ik met mijn Georgië-ideeën bij alle kranten werd afgewimpeld met het argument ‘we laten onze correspondent al een verhaal maken’, of, nog pijnlijker: ‘we hebben al een correspondent in Moskou die de regio doet’. Gaat die correspondent dan ook naar Georgië?

Nee dus, in het geval van NRC Handelsblad. De beste man schrijft zijn stukje van achter zijn bureau in Moskou. Nu kan daar soms best wat voor te zeggen zijn – misschien is hij er recent nog geweest of zijn er in de Russische hoofdstad hele spannende dingen op stapel, maar feit is dat hij van achter dat bureautje minder zicht heeft op de situatie in Georgië dan een journalist die er wel heengaat en met de mensen praat.

De correspondent belde met een analist/deskundige, een hoofdredacteur en een diplomaat, en gedrieën stellen die dat het een mirakel is dat Saakashvili nog aan de macht is en dat wanneer zijn eigen volk hem niet van de zetel verdreven krijgt, eigenlijk alleen de buitenwereld dat nog kan. Enfin, dat was ook zo ongeveer mijn beeld toen ik richting Georgië vertrok.

DSC_6948Mijn vele gesprekken met Georgiërs gaven echter ook een ander beeld. Ik trof veel mensen die helemaal niet zo anti-Saakashvili waren. Ze waren ‘geen fan van hem’ of ze vonden hem ‘niet altijd even slim’, maar verder een redelijke president. Een oorlog beginnen tegen Rusland vonden veel Georgiërs op zijn minst opportunistisch of gewoon een blunder, maar tegelijk zijn ze trots dat hun leider iets tegen de Russen heeft ondernomen en heeft gestreden voor het Georgische grondgebied (Zuid-Ossetië).

Anders dan ik op basis van mediaberichten vermoedde, waren de protesten in Tbilisi minder massaal dan ik had verwacht. Er was meestal niets te beleven voor het parlement, waar het podium en de blokkades van de demonstranten zijn. ’s Avonds stroomde een handjevol mensen toe, maar die waren ook snel weer weg. En soms waren het gewoon toeschouwers. De mensen die wel echt fanatiek tegen Saakashvili protesteerden, hadden vaak economische motieven. Ze waren werkloos of hadden een mager pensioen en wezen de president als schuldige aan.

De weinige demonstranten die er nog waren, beloofden me dat de Rustaveli-boulevard eind juli bij het bezoek van de Amerikaans vice-president Joe Biden weer helemaal vol zou staan, net als eerder dit jaar en vorig jaar. Maar het bleef rustig. Hoe komt het dat de protesten zo zijn doodgebloed? De demonstranten zeiden dat het kwam door het warme weer (mager argument, me dunkt.) Of dat ze moe waren geworden van het protesteren. Ok, dat verklaart wellicht een deel. Ik trof veel apatische Georgiërs, die überhaupt moe waren van politiek, vooral onder hoger opgeleiden (wat je niet zou verwachten).

Hoe massaal waren de protesten dan precies? Moeilijk te zeggen, ik was er niet bij. Ik kwam ook nogal verschillende cijfers tegen over het aantal mensen dat protesteerde. Wel duidelijk is dat de ‘harde kern’ vrij klein was. En dat er onderling weinig overeenstemming was onder de oppostie: het enige dat hen verbond, was de roep om het vertrek van Saakashvili. Wat verder curieus blijft, is hoe de demonstranten kwamen aan de stalen hokjes waarmee ze de boulevard blokkeerden. Waar haalden ze die vandaan? Naar verluidt zou daar een buitenlandse sponsor aan hebben bijgedragen. Toen de animo voor protesteren afnam, zou er bovendien geld zijn geboden aan mensen om de ‘cellen’ op de boulevard bemenst te houden. Een lege boulevard zou immers gezichtverlies zijn voor de oppostie.

De situatie is dus complex. Het is moeilijk te zeggen hoe groot nou de anti-Saakashvili-stemming is. Feit is dat de Georgiërs hem in 2008 met ruime meerderheid van stemmen herkozen als president (maar dat was voor de oorlog met Rusland). Al met al vraag ik me toch af of de anti-Saakashvili-stemming in Georgië wel zo groot is als wij denken (of hopen). Bovendien: als die zo massaal zou zijn, dan zou het toch ook in het parlement moeten gaan rommelen, en in overheidsdiensten? Alleen vanuit het leger kwam dit jaar het bericht van enige muiterij.

Ik zal niet zeggen dat Saakashvili nou onbezorgd en stevig in het zadel zit in Georgië, maar om nou te zeggen dat hij een ‘politiek lijk’ (NRC) is, gaat me toch wat ver. Ik kreeg de indruk dat het wel meeviel. Maar dat zeggen de hoofdredacteur, de deskundige en de diplomaat niet. Want die zien Saakashvili graag zo snel mogelijk vertrekken. En dus geeft het NRC-stukje maar een beperkte blik op de situatie in Georgië.

Dat is jammer.

Op de radio

•27 juli, 2009 • Laat een reactie achter

luister_radio1_randOp vrijdag 31 juli heeft de EO mijn reportage over Georgië uitgezonden in het programma Dit is de Dag op radio 1. Luister het hier terug en laat vooral weten wat je ervan vond.

Beeldvorming

•20 juli, 2009 • 1 Reactie

Uit mijn eerste post vanuit Tbilisi mag onverhoopt het beeld zijn ontstaan dat Georgië één grote, grijze (Sovjet)pot nat is. Die indruk maakt het aanvankelijk ook. Maar dat is de buitenkant van Tbilisi – een schil van beton, vermoede starheid en uitlaatgassen. Wie even de tijd en de moeite neemt om daar doorheen te prikken, ziet een drukke, levendige wereldstad (1,5 miljoen inwoners, een derde van de totale bevolking).

Zonder echt mooi of aantrekkelijk te worden, is Tbilisi op een gekke manier best leuk. Het heeft kleur en het bruist, of zoals een Engelsman het zei: it has a certain vibe, en zo is het. Jonge stelletjes en vriendengroepen sjokken door de parken en zoeken er ’s avonds verkoeling en vertier, jonge en oude mannen hebben gemoedelijke of verhitte gesprekken in de schaduw van zuilengalerijen, straatmuzikanten doen hun werk in de voetgangerstunnels, ook in de schaduw. Alles in de schaduw, want de schroeiende zon spaart niemand.

Voor uw beeldvorming dus een zonnige fotoserie van Tbilisi (klik rechts).

Vertier

•16 juli, 2009 • 1 Reactie

Even wat luchtigs tussendoor. Gisteren kwam ik deze straatmuzikant tegen in Tbilisi, en die trakteerde me op het volgende liedje (luister even goed naar de tekst):

Ik heb het met mijn telefoon opgenomen, vandaar de slechte kwaliteit. Deze foto is beter.DSC_7183

Avontuur aan de ‘grens’

•14 juli, 2009 • Laat een reactie achter

Boeiende dag, gisteren. Voor mijn radioreportage ging ik op pad met de EU Monitoring Mission. Na vijf dagen van gevechten gingen Georgië en Rusland vorig jaar augustus akkoord met een vredesakkoord waarvan de kern is dat beide partijen hun legers terugtrokken tot de positities zoals die voor de oorlog waren en dat de EU waarnemers zou sturen die op de naleving daarvan toezien. Aldus geschiedde.

DSC_7001De EU-waarnemers rijden sinds november rond in Georgië, en onder hen een aantal Nederlanders. Een van hen, Robert Boer, mocht ik een morgen volgen bij een patrouille. Die leidt ons door doodse Georgische dorpjes, waar vrouwen schijnbaar doelloos over de weg zwerven, koeien van gekkigheid ook niet weten waar ze nog verkoeling moeten vinden en mannen onverstoorbaar verder zwijgen op hun bankjes in het midden van het dorp – aan een paar met EU-stickers en -vlaggen opgetuigde jeeps geen aandacht schenkend. Ik volg in een derde landcruiser, die van Vitali, een Russische Georgiër die ik voor deze gelegenheid heb ingehuurd omdat de EU om veiligheidsredenen niet toestaat dat ik in hun wagens meerijd.

Doel van de rit is Akhalgori, een klein stadje in het noorden van Georgië, die voorheen vlak tegen de regio Zuid-Ossetië lag en sinds de oorlog daarbinnen. Verder lezen ‘Avontuur aan de ‘grens’’

Sovjet-nostalgie

•12 juli, 2009 • 2 Reacties

DSC_6900

Prachtige ‘chroetsjovka’s’ (huizenblokken uit de Chroetsjov-tijd)…

DSC_6883De onvermijdelijke Lada…

DSC_6904Straattaferelen…

DSC_6884Een ietwat chaotisch en gejaagd rijgedrag…

En, last but not least, voor de lekkerbekken:

DSC_6978Uit Nederland geimporteerde Connexxion-bussen.

Tbilisi roept onmiskenbaar herinneringen naar boven uit mijn Balkantijd – stiekem kwam de afgelopen dagen een vleugje nostalgie naar boven, ook al zijn die herinneringen lang niet allemaal even schoon en rooskleurig. Zo doet Tbilisi me vooral aan Chisinau (Moldavië) en Sofia (Bulgarije) denken, en dat is nog bepaald niet het puikje van Europa’s hoofdsteden.

Enfin, het is hier vrij gemakkelijk om je hier te laven aan alle Sovjet-symbolen en -taferelen en Georgië om die reden te prijzen of te verguizen’. Maar daar moet je heel erg mee oppassen. De Georgiërs hebben een nogal ambivalente houding ten opzichte van de Russen.

Ten eerste hebben ze een volstrekt eigen taal, die tamelijk op zichzelf staat en alleen verwant is aan enkele Kaukasische streektalen (knappe jongen die hier wat van maakt). Ten tweede zijn de Georgiërs pas laat (begin 19e eeuw) onder Russissche invloed gekomen, daarvoor was het vooral gericht op Perzië.  Direct na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in de vroege jaren ‘90 hebben de Georgiërs zich weer zelfstandig verklaard (dat hadden ze eerder ook al een keer gedaan, die staat was echter een zeer kort leven beschoren) en de blik richting Europa gericht. Tot op de dag van vandaag levert dat botsingen en spanningen op met de grote broer Rusland, omdat die Georgië nog tot haar invloedssfeer rekent (is de koude oorlog eigenlijk wel voorbij?). Soms leiden die spanningen tot een eruptie van geweld, zoals vorig jaar augustus, toen de Russen een aanval van de Georgiërs met grof geschut beantwoorden en bijna tot aan Tbilisi opstoomden.

Toch is Rusland hier meer dan de oude Sovjet-heerser die tot op de dag van vandaag niet kan accepteren dat Georgië een eigen weg is ingeslagen en zo af en toe nog even zijn spierballen laat zien. Het is voor velen ook een deel van hun identiteit. De meeste Georgiërs spreken Russisch. Hun kerk, de Georgisch-orthodoxe kerk, is natuurlijk een kopie van de Rusisch-orthodoxe kerk. DSC_6988De boekenkast van mijn gastheer staat ook vol met Russische literatuur (zie foto rechts). Ondanks al het geweld en de onderlinge politieke strubbelingen, koesteren veel Georgiërs ook een zekere symphatie voor de Russen, zegt hij.

Misschien is het juist wel dat: het kind dat een eigen weg is ingeslagen, maar af en toe nog verlangt naar de huiselijke geborgenheid.

Hoe dan ook werd er vorig jaar een stevig robbertje gevochten tussen de twee. Daarover later meer.

Gewapende vrede

•8 juli, 2009 • 3 Reacties

world-press-photo-awards-0183Op de World Press Photo-tentoonstelling (nog te zien in Nederland, absolute aanrader) werd ik laatst gegrepen door deze foto van Gleb Garanich, fotograaf voor persbureau Reuters. Hij maakte de foto in augustus vorig jaar toen Georgië en Rusland een korte, maar hevige oorlog uitvochten om Zuid-Ossetië. Vijf dagen lang was de Kaukasus het brandpunt van onze aandacht, helemaal toen in de stad Gori de Nederlandse cameraman Stan Storimans de dood vond. Op deze foto rouwt een man om zijn broer die in dezelfde stad is omgekomen.

Toen de kemphanen Medvedev en Sakaashvili na vijf dagen akkoord gingen met een door EU-voorzitter Frankrijk afgedwongen staakt-het-vuren vertrok het hele mediacircus weer en hebben we eigenlijk nauwelijks nog wat van Georgië vernomen. Nu zitten we alweer bijna een jaar verder en de situatie is weinig beter. Sterker nog: zowel Georgië als Rusland hebben meer troepen richting het grensgebied gestuurd. Regelmatig worden er gewelsincidenten gemeld in en rond Zuid-Ossetië en Abchazië (nog een separistische regio in Georgië). Recent moesten ook nog de waarnemers van de OVSE en de Verenigde Naties vertrekken uit de gebieden, omdat Rusland met een veto voorkwam dat de ‘peacekeepers’ langer mochten blijven om toe te zien op de (gewapende) vrede.

Staat een nieuwe oorlog op het punt van uitbreken? Wat kan de Europese Unie betekenen in deze uithoek van het Europees continent? Kunnen de Georgiërs en Osseten nog met elkaar in één land leven en zo ja, hoe? Waarom protesteren de Georgiërs al maandenlang tegen hun president, die in 2003 nog als een verlosser werd begroet?

Morgen (donderdag) vertrek ik naar Georgië, om reportages te maken over de situatie in Georgië en Zuid-Ossetië. Ik zal proberen ook op dit blog weer wat impressies te posten.

De visser en de bankier

•23 april, 2009 • 1 Reactie

dsc_5606IJsland is een land van vissers, schreef ik hier eerder. A man without a boat, is a man without a road, is een gevleugeld gezegde onder vissers. Terwijl zij in de haven van Reykjavik trouw stonden te zwoegen op hun boten, zagen ze in de skyline van de stad steeds meer kantoorgebouwen verrijzen en in de straten steeds meer krijtstrepen verschijnen. Ik was daarom heel benieuwd hoe de oer-IJslander, de visser, de hele opkomst en ondergang van de banksector heeft gevolgd.

Vrijdagochtnd is op Radio 1 dsc_5634mijn reportage vanuit IJsland uitgezonden in het programma Dit is de Dag van de Evangelische Omroep. Daarin het verhaal van de vissers tegenover het verhaal van een jonge ingenieur die vlak voor de crisis bij een IJslandse bank kwam werken en na de fatale gebeurtenissen in oktober binnen twee dagen weer op straat stond. De visser en de bankier: hoe denken ze over het failliet van IJsland en over de toekomst van het eiland? Beluister het hier terug (even doorspoelen naar 1u:04m).