
Na drie maanden rondreizen op de Balkan, ben ik weer teruggekeerd in Nederland. Vanaf nu kan ik terugkijken, en bij wijze van afsluiting lijkt het me zinvol om dat ook hier te doen. De insteek van mijn reis is nooit geweest om tot grote theorieën te komen over zuidoost-europa, dus daar ga ik me ook niet aan wagen. Wel wil ik in een aantal slotafleveringen wijden aan zaken die me zijn opgevallen en die verder gaan dan alleen een lokaal verschijnsel. Als eerste vandaag een enorm contrast op de Balkan: schoonheid versus stank.

Zonder te willen overdrijven of andere gebieden tekort te willen doen, denk ik te kunnen zeggen dat de Balkan op zijn minst een van de en wellicht het mooiste deel van Europa is. In hoeveelheid, in puurheid en in diversiteit heeft het natuurschoon me tijdens mijn reis steeds weer verbluft. De overigens logische vraag ‘Wat was nou het mooiste land?’ is misschien ook wel het moeilijkst te beantwoorden.

Was het Roemenië, met haar rijke schakering aan groene landschappen, de unieke Donaudelta, de woeste Karpaten en de Zwarte Zeekust? Bulgarije, met haar vele bergketens, van lieflijk tot venijnig? Of Montenegro met haar adembenemende bergen, gelardeerd met azuurblauwe rivieren en watervallen? Kroatië, ondanks het feit dat ik er slechts een fractie van heb gezien, is met haar paradijselijke kust ook kandidaat. En dan hebben we het nog niet gehad over Bosnië, een parel van ongerept natuurschoon. Oh ja, Macedonië: grillig, woest. Een natuurliefhebber is in dit deel van Europa kortom niet snel uitgekeken. Eigenlijk zijn we in dit opzicht alleen over Servië snel uitgepraat.

Tegenover deze ontzagwekkende hoeveelheid natuurschoon staat het feit dat zich hier dag in dag uit een ecologische catastrofe van een onwerkelijke omvang voltrekt. Hoe multimediaal ik ook heb trachten te werken, de technologische ontwikkelingen laten het nog niet toe geuren digitaal door te geven. Daarmee mag u zich als volger van dit blog gelukkig prijzen – u had constant uw neus dicht moeten knijpen. Fabrieksschoorstenen waar gele, groene of een nog engere kleur rook uitkomt, valleien waar een zwaveldamp boven de dorpjes hangt, smeulende vuilnisbelten – het is op de Balkan en in Roemenië schering en inslag.

Naast allerlei mooie herinneringen blijft bij mij ook het beeld hangen van een gebied waar stank en rook alomtegenwoordig zijn. Ik kan me nauwelijks plekken bedenken waar niet een gore lucht hing omdat men weer eens bezig was het huisvuil in de tuin te verbranden, de kachel te stoken met bruinkool (waarbij het giftige zwavel vrijkomt) of ik weet allemaal niet wat te verbranden. Vrijwel zonder uitzondering was de stank gerelateerd aan vuur. Het lijkt wel of pyromanie de mensen er in de genen zit.
De grote vraag is natuurlijk: wat doen de mensen eraan? Het schrijnende antwoord is dat het gros van de mensen trouw haar steentje bijdraagt – aan de vervuiling welteverstaan. Milieubewuste mensen moet je op de Balkan echt met een lamp zoeken, net als bijvoorbeeld glas- of papierbakken. Op een enkele plaats heb ik pogingen tot gescheiden afvalinzameling gezien, maar de realiteit was daar dat de papierbak vol lag met vuilniszakken. De meest efficiënte manier van afvalscheiding die ik ben tegengekomen was op een vuilnisbelt in Kosovo, waar de lokale Roma-gemeenschap het rubber, plastic en metaal eruit viste en doorverkochten aan handelaars.

Op het gebied van milieu is zuidoost-europa een ontwikkelingsgebied. Om dan toch een klein uitstapje te maken naar het grote thema ‘Europa’, dan hoop ik dat de modernisering hier ook milieubewustzijn met zich zal meebrengen. Maar voor de winkelbediende niet meer om elk kauwgompje een plastic zakje doet, de zigeuners hun metalen niet meer boven een houtvuurtje smelten en de familie bij de picknick het afval niet gewoon in de rivier gooien, konden er wel eens een paar decennia verstreken zijn.
Geplaatst in Balkanreis
Tags: Balkan, milieu, natuur, natuurschoon, rook, stank, Vervuiling