Een klein eiland met een groot probleem
Stavros, heet de jonge, Griekse Cyprioot die me behalve een slaapplaats en de inhoud van zijn koelkast tevens zijn diensten aanbiedt. Dat wil zeggen: hij rijdt me rond en
brengt me in contact met mensen. Omdat hij het niet op zijn geweten wil hebben mij een eenzijdig beeld van Cyprus voor te schotelen, kwam hij direct al met het idee ook enkele van zijn contacten in ‘het noorden’ te raadplegen. Ach, zei ik, dat is niet nodig, ik ken nog enkele Turkse Cyprioten van mijn vorige verblijf alhier. Ik doelde op Huseyin, met wie ik gisteren had afgesproken. Stavros had ik gevraagd mee te gaan. Op zijn beurt belde Stavros Fuat, zijn beste vriend die in het noorden woont. Hij zou vast zin hebben om mee te gaan en eventueel te helpen met vertalen. Huseyin, een jonge journalist en ambtenaar
(is hier heel normaal), zou me op sleeptouw nemen voor interviews met Turkse Cyprioten. Maar hij zag al aankomen dat zijn engels ontoereikend zou zijn om als vertaler op te treden en dus belde hij een goede vriend op om met ons mee te gaan. En inderdaad, dat was Fuat.
Zo werd het één grote reünie bij het Ledra-checkpoint, de ‘grensovergang’ in de
hoofdstad tussen het Griekse zuiden en het Turkse noorden van Cyprus. Zo klein is Cyprus dus. Krap 800.000 mensen op een eilandje dat twee keer in Nederland past. Wie er over de zonnige boulevards flaneert, zich mee laat slepen in het gemoedelijke mediterrane leefritme en ziet hoe aan beide zijden dolce vita het credo is, zou bijna vergeten dat dit kleine eilandje een enorm probleem heeft.
Want altijd doemt weer die muur op die de hoofdstad in tweeën splijt en is er tussen het noorden
en zuiden die strook niemandsland met prikkeldraad en VN-soldaten. Behalve die bizarre tastbaarheden is het vooral een constant aanwezige factor in het leven van de Cyprioot: altijd is er de realiteit van ‘de andere kant’, ‘het noorden’, ‘het zuiden’. The Cyprus Problem, noemen de bewoners dat.
Als een gesprek met een Cyprioot weer eens op de politiek uitkomt – er niet op uitkomen is vrijwel onmogelijk – worden niet zelden grote vergelijkingen van het kaliber Israël-Palestina van stal gehaald. Zaterdag liep een gesprekje tussen een Griekse winkeleigenaar en een Turkse klant zelfs uit op verhandelingen over nazi’s, Hitler en het Derde Rijk. Hoewel het een vriendelijk gesprek bleef, tekent het de absurde situatie op Cyprus.
Inwoners die dit geen krankzinnige situatie vinden, moet je met een lamp zoeken. ‘Cyprus is te klein om gedeeld te zijn, maar groot genoeg voor al haar inwoners’, zei een Turks-Cypriotische politicus vele jaren geleden. Bijna iedereen wil een herenigd Cyprus, waar Grieken en Turken net als ruim veertig jaar geleden vredig samenleven. Kom je daarna te spreken over wie Cyprioot is en wie niet en hoe dat Cyprus eruit zou moeten zien, dan krijgt het gesprek een andere toon – of lopen de onderhandelingen stuk.
Er is weinig veranderd sinds ik hier vier jaar geleden was. Feitelijk gezien is er zelfs weinig veranderd sinds de leiders van beide gemeenschappen eind jaren ’70 van de vorige eeuw al afspraken maakten over verzoening en hereniging.
‘Ben je er over vier jaar weer?’, grapte een redacteur van de krant Kibris, waar ik vier jaar geleden ook te gast was. Zal Cyprus veranderd zijn over vier jaar? Kan het zich losrukken uit de greep van de historie, kan het eiland ten langen leste dan afrekenen met de status van speelbal van buitenlandse machten? Kunnen de Cyprioten over hun trots heen stappen en in het zicht van een vredige toekomst hun wrok en compensatiedrang even laten varen? ‘Ik zal mijn ticket vast boeken’, antwoordde ik de redacteur lachend.






Mooie blog!
Succes en geniet er heel erg van!
Liefz uit A’dam,
Til
Mooi verslag. hoeveel contacten hebben ze onderling?
goede tijd gewenst, marry