Water met een luchtje
Net als aan de inwoners van IJsland bood het paasweekeinde mij de mogelijkheid om even uit de crisis te stappen en me wat meer op de positieve kanten van dit land te richten. Dit eiland heeft natuurlijk ontstellend veel natuurschoon te bieden. Daarover zometeen meer. Eerst wat grappige dingetjes die ik hier tegenkwam. Wat sowieso al een grap is, is het aantal inwoners van IJsland. Raadt u maar eens. Ter indicatie: het is qua oppervlakte 2,5 keer Nederland. Wat zullen we doen? Zes miljoen inwoners? Ok, niet te wild, vijf miljoen. U ziet mij kijken en gaat al zakken: vooruit, drie miljoen. Ik knik met mijn hoofd: lager. Eén miljoen? Zouden er zo weinig mensen wonen in IJsland? U moet nog lager. Vijfhonderdduizend? Nee? Kom op! Hoeveel dan? Zal ik het u verklappen? IJsland heeft net zoveel inwoners als mijn eigen stadje Utrecht. Driehonderdduizend en een beetje.
Daarvan woner er zo’n 120.000 in Reykjavik. De rest woont in kleinere steden aan de randen van IJsland. De binnenlanden zijn nagenoeg onbewoond. Niettemin heeft Reykjavik op een of andere manier wel iets van een hoofdstad. Een kleine hoofdstad weliswaar, maar een hoofdstad. Voor een stad van dit formaat gebeurt er genoeg. Veel jonge mensen trekken naar Reykjavik om te studeren en te werken en dat vindt natuurlijk zijn weerslag in het straatbeeld. Bovendien houden IJslanders van een flinke pot bier, ongeacht de gruwelijke prijzen die darvoor worden gevraagd (750 krona voor een halve liter, een half jaar geleden was dat omgerekend dus 8 euro, nu 4,75).
Ik heb zitten graven in mijn geheugen, maar voor zover ik weet is IJsland echt het eerste land waar ik kom dat geen spoorwegen heeft (jammer voor de stille Rail Away-liefhebber die in mij schuilt). Het heeft wel veel vliegveldjes en in Reykjavik hebben ze die ook maar gewoon direct naast het centrum gelegd. Toen ik net arriveerde en van het busstation wegliep, scheerde er een vliegtuig vlak over mijn hoofd. Ik wist niet wat ik zag. Het zijn weliswaar allemaal kleinere vliegtuigen voor binnenlandse vluchten, maar toch.
Behalve erboven en klein beetje erop zit de meeste activiteit in IJsland toch onder de grond. Het land ligt op twee belangrijke breuklijnen (sorry, ik heb mijn studie Sociale Geografie niet afgemaakt, dus hier blijft het qua uitleg steken) en dat zorgt er kennelijk voor dat alle ongerechtigheden die zich onder onze aardkorst ophopen er uitgerekend hier uitkomen. Ook de rotzooi van ons financiële systeem, maar daar zou ik het niet over hebben en daar heb ik bovendien al eerder een grapje over gemaakt.
Ik had het hier natuurlijk over vulkanen en geisers. De eerste heb ik niet kunnen zien helaas, maar wel de gevolgen ervan, want de bizarre landschappen die IJsland kenmerken, zijn grotendeels te danken aan de erupties van vulkanen (de foto’s houdt u tegoed). Geisers heb ik wel gezien: harstikke geinig om naar te kijken, maar helaas niet geschikt om er zo met je zwembroekje in te ploffen, wat ik vooraf in mijn onnozelheid dacht. Behalve leuk zijn geisers ontzettend handig: het is gratis warm water voor de IJslander. Je kunt in grote delen van IJsland dan ook zonder gewetenswroeging een half uur douchen, aangezien het warm water vanuit die warme bronnen zo naar de steden wordt getransporteerd en het leidingnet wordt ingepompt. Kleine bijkomstigheid is dat je warme water daardoor vergezeld gaat van een luchtje, aangezien moeder aarde blijkbaar ook wel eens een gebakken eitje eet en dit kennelijk een geschikte manier vindt om van haar darmgassen af te komen.
Extra prettig bovendien dat al dat warme water nou juist in een land naar boven komt waar het verder behoorlijk koud is (momenteel een graad of tien kouder dan in Nederland). De IJslander schept er dan ook genoegen in om zich met enige regelmaat in een warm bad te begeven en dat gegeven in combinatie met het ruimschoots beschikbare warm water heeft er voor gezorgd dat je veel van dit soort borden tegenkomt:
Een rijk zwembadleven dus in IJsland en dit weekeind heb ik er even twee meegepakt. Erg relaxed, zeker omdat de baden erg warm zijn en het water slechts een minimale hoeveelheid chloor bevat. Je moet daarom wel erg grondig douchen vooraf, zonder zwemkleding en met veel zeep. Ook dit water meurt trouwens wel een beetje, maar ach, daar wen je snel aan.
Behalve relaxen ben ik ook nog actief geweest dit weekeinde. Zaterdag ben ik met de IJslandse buurtbus naar een naburig dorpje gegaan om de Esja-berg te beklimmen. Dat was zeer de moeite waard. In het begin loop ik gezellig tussen kinderwagens en kwispelende hondjes naar boven. Na checkpunt drie begint het stiller te worden op de berg en de wind des te venijniger. Het pad wordt minder duidelijk, de rotsen grilliger en stijler. Het pad is hier en daar modderig nu en ik ontwaar de eerste ijspartijen.
Vanaf checkpunt vier begint het spannend te worden. Ik zit nu op zo’n 500 meter boven de zeespiegel, ik loop nu voornamelijk over ijs en sneeuw. Dat maakt het lastig, want ik loop op ordinair schoeisel dat bovendien voorzien is van een volledig griploze zool. Glibberen dus, maar nog niet gevaarlijk, dus ga ik maar door. Wanneer ik checkpunt vijf
nader, kronkelt het pad zich inmiddels om een angstig steile berghelling. De sneeuw is vrij zacht, dus ik houd nog grip. Het pad wordt smaller. De wind zwelt andermaal aan. Ik kijk rechts naar boven: de top lonkt, nog enkele honderden meters klimmen. Ik kijk links naar beneden: de afgrond. Eén misstap of een te glibberig stukje en ik kan nu zomaar een paar honderd meter lager liggen. Het is beter om te keren. Maar juist omdraaien zou op dit smalle pad levensgevaarlijk zijn. Dus maar even door.
Aangekomen bij checkpunt vijf realiseer ik me dat ik al zeker een half uur niemand gezien heb die zoals ik niet voorzien is van bergwandelschoenen en klimstokken. Alleen het meisje dat al een tijdje voor me uitliep, maar zij blijkt de route vaker te hebben gelopen. Zij gaat terug, want even verderop begint het echt bergbeklimwerk, met klimtouwen en zo. Het is jammer, maar de top zit er niet in vandaag, niet met mijn burgerkloffie, dat is echt onverantwoord. Glibberend en glijend maak ik de afdaling, met daarbij af en toe een schietgebedje. Heerlijke zaterdagmiddagwandeling. (Noot: het is
een peulenschil bij de avonturen van vriend Remco in Mexico.)
Om tot slot toch nog even een bruggetje naar de bankencrisis te maken. Dit vind ik wel hilarisch in Reykjavik:de Kaupthing bank, één van de drie banken die kaput ging en ternauwernood door de staat werd gered, zit in hetzelfde gebouw met het Rode Kruis. Eerste Hulp bij Banken die Omvallen, zeg maar.
En wat dit hieronder is….?

Een omgevallen bank in IJsland!









allemaal maggies bassie, wat een flauwe grap … een omgevallen bank. ik zet het vergiet vast klaar.
[...] Ik maar nooit gehapt natuurlijk, dan kan ik Radiohead net zo goed in Nederland doen, maar ´t deed wel pijn toen ook nog ´ns bleek dat het voorprogramma onze Autobahn-buren van Kraftwerk zouden zijn, waarbij ik, in de geest van mede-BelgischeSpoorwegenfanaat PetervK, al helemaal soppend van m´n stoel gleed. [...]
Waarbij ik graag het tweede land ter wereld aan mag tekenen dat een spoorwegennet ontbeert, juist, Mexico. De hele boel is, keurig in lijn met wereldwijde ontwikkeling, tussen 1870 en 1910 aangelegd maar in de 10 jaar durende Revolutie gelijk aan flarden geschoten en wat er nog over was is inmiddels ook weggerot. Gelukkig, zeggen ze dan hier, dat Mexico over zo’n geweldig wegennet beschikt – gebouwd op de behoeften van rond 1970 en dus alleen geweldig voor wie niet op een paar uur file meer of minder kijkt. Kortom: op naar Wallonie van ze zomer!