Jammer

Je bereidt je flink voor op zo’n buitenlandse reportagereis. Inlezen, onderwerpen en invalshoeken bedenken, interessante mensen opsnorren voor een interview. Noem maar op. Vervolgens ga je op pad, zoals ditmaal naar Georgië, en werk je je daar een week in het zweet. Praten, observeren, interviewen. Je volzuigen met informatie. Later rest dan de taak om er iets uit te destilleren dat een beetje het lezen danwel luisteren waard is voor de mensen in Nederland.

Een hindernis is daarbij dat je als freelancer niet verzekerd bent van een spreekbuis. Ik heb geen garantie dat ik ergens mijn verhaal kan doen. Het was daarom jammer dat ik met mijn Georgië-ideeën bij alle kranten werd afgewimpeld met het argument ‘we laten onze correspondent al een verhaal maken’, of, nog pijnlijker: ‘we hebben al een correspondent in Moskou die de regio doet’. Gaat die correspondent dan ook naar Georgië?

Nee dus, in het geval van NRC Handelsblad. De beste man schrijft zijn stukje van achter zijn bureau in Moskou. Nu kan daar soms best wat voor te zeggen zijn – misschien is hij er recent nog geweest of zijn er in de Russische hoofdstad hele spannende dingen op stapel, maar feit is dat hij van achter dat bureautje minder zicht heeft op de situatie in Georgië dan een journalist die er wel heengaat en met de mensen praat.

De correspondent belde met een analist/deskundige, een hoofdredacteur en een diplomaat, en gedrieën stellen die dat het een mirakel is dat Saakashvili nog aan de macht is en dat wanneer zijn eigen volk hem niet van de zetel verdreven krijgt, eigenlijk alleen de buitenwereld dat nog kan. Enfin, dat was ook zo ongeveer mijn beeld toen ik richting Georgië vertrok.

DSC_6948Mijn vele gesprekken met Georgiërs gaven echter ook een ander beeld. Ik trof veel mensen die helemaal niet zo anti-Saakashvili waren. Ze waren ‘geen fan van hem’ of ze vonden hem ‘niet altijd even slim’, maar verder een redelijke president. Een oorlog beginnen tegen Rusland vonden veel Georgiërs op zijn minst opportunistisch of gewoon een blunder, maar tegelijk zijn ze trots dat hun leider iets tegen de Russen heeft ondernomen en heeft gestreden voor het Georgische grondgebied (Zuid-Ossetië).

Anders dan ik op basis van mediaberichten vermoedde, waren de protesten in Tbilisi minder massaal dan ik had verwacht. Er was meestal niets te beleven voor het parlement, waar het podium en de blokkades van de demonstranten zijn. ’s Avonds stroomde een handjevol mensen toe, maar die waren ook snel weer weg. En soms waren het gewoon toeschouwers. De mensen die wel echt fanatiek tegen Saakashvili protesteerden, hadden vaak economische motieven. Ze waren werkloos of hadden een mager pensioen en wezen de president als schuldige aan.

De weinige demonstranten die er nog waren, beloofden me dat de Rustaveli-boulevard eind juli bij het bezoek van de Amerikaans vice-president Joe Biden weer helemaal vol zou staan, net als eerder dit jaar en vorig jaar. Maar het bleef rustig. Hoe komt het dat de protesten zo zijn doodgebloed? De demonstranten zeiden dat het kwam door het warme weer (mager argument, me dunkt.) Of dat ze moe waren geworden van het protesteren. Ok, dat verklaart wellicht een deel. Ik trof veel apatische Georgiërs, die überhaupt moe waren van politiek, vooral onder hoger opgeleiden (wat je niet zou verwachten).

Hoe massaal waren de protesten dan precies? Moeilijk te zeggen, ik was er niet bij. Ik kwam ook nogal verschillende cijfers tegen over het aantal mensen dat protesteerde. Wel duidelijk is dat de ‘harde kern’ vrij klein was. En dat er onderling weinig overeenstemming was onder de oppostie: het enige dat hen verbond, was de roep om het vertrek van Saakashvili. Wat verder curieus blijft, is hoe de demonstranten kwamen aan de stalen hokjes waarmee ze de boulevard blokkeerden. Waar haalden ze die vandaan? Naar verluidt zou daar een buitenlandse sponsor aan hebben bijgedragen. Toen de animo voor protesteren afnam, zou er bovendien geld zijn geboden aan mensen om de ‘cellen’ op de boulevard bemenst te houden. Een lege boulevard zou immers gezichtverlies zijn voor de oppostie.

De situatie is dus complex. Het is moeilijk te zeggen hoe groot nou de anti-Saakashvili-stemming is. Feit is dat de Georgiërs hem in 2008 met ruime meerderheid van stemmen herkozen als president (maar dat was voor de oorlog met Rusland). Al met al vraag ik me toch af of de anti-Saakashvili-stemming in Georgië wel zo groot is als wij denken (of hopen). Bovendien: als die zo massaal zou zijn, dan zou het toch ook in het parlement moeten gaan rommelen, en in overheidsdiensten? Alleen vanuit het leger kwam dit jaar het bericht van enige muiterij.

Ik zal niet zeggen dat Saakashvili nou onbezorgd en stevig in het zadel zit in Georgië, maar om nou te zeggen dat hij een ‘politiek lijk’ (NRC) is, gaat me toch wat ver. Ik kreeg de indruk dat het wel meeviel. Maar dat zeggen de hoofdredacteur, de deskundige en de diplomaat niet. Want die zien Saakashvili graag zo snel mogelijk vertrekken. En dus geeft het NRC-stukje maar een beperkte blik op de situatie in Georgië.

Dat is jammer.

~ door vanonzecorrespondent op 7 augustus, 2009.

2 Reacties to “Jammer”

  1. Dit is wel erg teleurstellend voor jou, maar tegelijkertijd ook voor de media -in dit geval NRC- die erg slecht haar huiswerk doet. Tja en dan klagen over lagere omzetcijfers…
    Of is dat iets te snel geconcludeerd?

  2. Ja ach, dit soort dingen gebeuren dagelijks natuurlijk en zijn in dit geval voor mij teleurstellend. In het geval van nrc verrast het me een beetje omdat zij zo sterk zijn met hun correspondentennetwerk. Ik begrijp niet dat die man in moskou niet naar Georgië is afgereisd.

Reageer